Advocaat aandelenhandel met voorkennis/voorwetenschap 2017-05-04T13:20:22+00:00

Project Description

Manuel Bloch is als advocaat gespecialiseerd in de behandeling van strafzaken die gaan over aandelenhandel met voorkennis/voorwetenschap.

Sinds 1989 is het in Nederland een strafbaar feit om met voorkennis of voorwetenschap op de effectenbeurs te handelen.

De strafbaarstelling van het gebruik van voorwetenschap, de handel met voorkennis, was eind jaren tachtig nog geregeld in het Wetboek van Strafrecht. Met het ontstaan begin jaren negentig van de specifieke wetgeving op het gebied van het financiële toezicht werd de strafbaarstelling opgenomen in de Wet Toezicht Effectenverkeer. In 2007 werd, mede als gevolg van de nieuwe EG-richtlijn ‘Marktmisbruik’, de strafbepaling opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (Wft).

De AFM (Autoriteit Financiële Markten) houdt toezicht op de financiële markten en kan ter naleving van de wetgeving (compliance) onderzoek verrichten en bestuurlijke boeten opleggen. Bij verdenking van ernstige overtredingen kan de AFM ook aangifte doen bij het Openbaar Ministerie naar aanleiding waarvan mogelijk een strafrechtelijke vervolging plaats zal vinden.

Het gebruik van voorwetenschap is geregeld in de artikelen 5:53 en 5:56 van de Wet op het financieel toezicht. Onder het gebruik van voorwetenschap wordt verstaan het kennis hebben van bijzondere informatie, waarover anderen niet beschikken, om daar vervolgens voordeel mee te behalen op de aandelenmarkt. Voorwetenschap is dus het bekend zijn met concrete, niet-openbare informatie die van significante invloed is voor de koersen op de aandelenmarkt.

De Wet op het financieel toezicht (artikel 5:48) stelt ook regels omtrent de meldplicht van primaire insiders bij de AFM omtrent hun handel in aandelen (tot 2007 werd dit geregeld in de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen).

Het door het Openbaar Ministerie in voorkenniszaken gepresenteerde bewijs kent vaak een hoog ‘circumstancial’ of indirect gehalte. Rechters zullen in de praktijk bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van strafbare aandelenhandel met voorkennis onder andere kijken naar de omvang van de transactie, de timing van de transactie en het beleggingsprofiel van de verdachte.

Van groot belang voor de praktijk was de uitspraak in de Photospectre zaak van het Europese Hof van Justitie van 23 december 2009. Het Hof van Justitie stelt kort gezegd dat indien kan worden vastgesteld dat de primaire insider beschikte over voorwetenschap en dat hij een transactie heeft verricht, in beginsel mag worden aangenomen dat deze insider gebruik heeft gemaakt van voorwetenschap. Maar, aldus het Hof, het gaat hier om een weerlegbaar bewijsvermoeden dat door de verdachte aan de hand van relevante feiten en omstandigheden kan worden ontzenuwd. De hoogste Nederland strafrechter, de Hoge Raad, zoekt het niet in de ontzenuwing van een bewijsvermoeden, maar in een beroep op een strafuitsluitingsgrond.

De strafbaarstelling van misbruik van voorwetenschap is geregeld in artikel 1 van de Wet op de economische delicten (artikel 1 WED). De strafbepalingen staan in artikel 6 van deze wet.

Onder omstandigheden kan het Openbaar Ministerie ervoor kiezen een transactie aan te bieden in plaats van de zaak bij de strafrechter aan te brengen. De strafbaarstelling van misbruik van voorwetenschap is geregeld in artikel 1 van de Wet op de economische delicten (artikel 1 WED). De strafbepalingen staan in artikel 6 van deze wet.  Onder omstandigheden kan het Openbaar Ministerie ervoor kiezen een transactie aan te bieden in plaats van de zaak bij de strafrechter aan te brengen.

Vragen over aandelenhandel met voorkennis?
Neem direct contact op met Manuel Bloch op 020 – 72 67 007.